Celica

 

Uit het Carina-verhaal blijkt dat de Celica technisch grote overeenkomsten met de Carina had. Zo zullen we zien dat de Carina-motoren voor een groot gedeelte toegepast worden in de Celica-modellen en dat de modelwisselingen ook vaak samengaan. De naam Celica is door de jaren heen legendarisch geworden en wordt anno 2003 ook nog steeds gebruikt. De geschiedenis begint in 1970, toen ook het eerste Carinamodel uitkwam.

Maar eigenlijk kunnen we niet om een aantal sportieve modellen heen die voorafgaand aan de Celica werden gevoerd. Als eerste de Toyota Sports 800, welke in 1965 werd geïntroduceerd. De auto had een 800 cc motor, maar was dan ook slechts 600 kg zwaar. In combinatie met het wegneembare targadakje bod de auto heel veel rijplezier. In de vijf jaar dat het model werd geproduceerd werden er ongeveer 3000 gebouwd.

Legendarisch is natuurlijk de Toyota 2000GT. Dit model kwam in 1967 op de markt en mocht direct Sean Connery vervoeren als James Bond in “You only live twice”. Alhoewel, 007 reed in een cabrio conceptmodel. De opgefokte tweeliter zescilinder Crown-motor is tezamen met Yamaha ontwikkeld. Met de drie Weber carburators leverde deze motor bij 6600 toeren 150 pk. De topsnelheid bedroeg 220 km per uur.

Celica TA22/TA23/TA28 (1970-1977)
In 1970 komt het eerste Celicamodel TA22 uit. Als sportcoupé uiteraard met twee portieren en een kofferbakje. Er zijn drie 1588 cc motoren te onderscheiden, de 2T motor van 75 pk en twee exemplaren met dubbele carbura-teur, de 2T-B en 2T-G van respectievelijk 86 en 108 pk.

In 1976 wordt het TA22-model gewijzigd en moet het model onder de naam TA23 nog even meegaan. Bij de Toyotaliefheb-bers is de TA23/TA28 de 2e generatie Celica.

Dit TA23 model is zes centimeter langer en heeft optisch grote gelijkenissen met het TA22 model. De verschillen zitten vooral in het dashboard, de langere motorkap met een rechtlopende neus (de TA22 liep schuin af).

Er komt (nu pas in Europa) op basis van de TA23 ook een 3-deurs Liftback met een vlak liggende grote achterklep, welke bij kenners bekend is als het TA28 model! Dezelfde motoren zijn ook leverbaar als die van de Celica TA22. We onderscheiden ook nog de Celica RA28, met de 1968 cc grote 18R-G motor van 120 pk. De 18R-serie verscheen toen ook in de Cressida en in de voorganger hiervan, de Corona en de (Corona) Mark II.

Celica TA40/RA40 (1978-1982)
In 1978 kwam de opvolger, de Celica TA40. Dit model ziet er kompleet anders uit. Ook binnen dit model waren de bestaande 1588 cc 2T, 2T-B en 2T-G motoren van respectievelijk 75, 90 (vanaf 1980 86) en 108 pk leverbaar.

Het model A4 ging dan onder de naam TA40 door het leven. Dit model werd als Coupé en als Liftback, beiden met uiteraard twee portieren (LB 3-deurs), gevoerd. De sterkere exemplaren, de RA40 Liftback, werden aangedreven door de 1968 cc 18R en 18R-G motor van 90 respectievelijk 120 pk.

In 1980 werd een kleine facelift doorgevoerd, waarbij de ronde koplampen worden vervangen voor rechthoekige exemplaren en ook de brede achterlichten opvallen. Op basis van dit model kwam er in 1979 het MA4 Celica-Supra model uit met een 2600 en een 2.8i zes-in-lijn, waarvan er slechts enkele later naar Europa gehaald zijn.

Celica TA60/RA60 (1982-1985)
Het Celica A6 model stamt uit de tijd dat vierkant erg in was. Dit model had ook er afgescherpte hoeken en natuurlijk klapkoplampen (in de eerste 2 jaar naar voren kantel-bare koplampen). Als carrosserievorm onderscheiden we de Coupé, met erg grote kofferbak en de Liftback (zie foto).

Laatstgenoemde was het meest populair. Op het motorische vlak onderscheiden we als oude bekende de 2T-B motor van 1588 cc en 86 pk, de 1972 cc 21R motor van 105 pk en de 18R-G motor van 1968 cc en 120 pk.

In 1983 kwam er een facelift en toen werd ook de 4A-GE motor van 1587 cc en 124 pk uit de Corolla GT Sportscoupé AE86 leverbaar in de Liftback GTS 16V. Deze motor had vier kleppen per cilinder en brandstofinjectie.

Het absolute topmodel in de reeks was (vanaf 1982) de Celica Supra 2.8i (MA6) met de zescilinder in lijn 5M-GE 2759 cc motor van… 170 pk.

Celica T16 (1985-1989)
Het Celicamodel welke hierna geïntroduceerd werd, had voor het eerst voorwielaandrijving. Maar de kenmerkende kopklaplampen bleven. Er was weer een driedeurs Liftback-model en een tweedeurs Coupé leverbaar. Dat coupémodel werd eigenlijk als basismodel gezien. Maar het in 1987 ontwikkelde prachtige cabriomodel was wel op dit coupémodel gebaseerd.

Op het motorische vlak komen we de 4A motor met 86 pk tegen (bekend uit de Carina II) voor de 1.6 ST-versie. Ook zien we de 4A-GE motor van 1587 cc weer terug in de voor de GT Twin Cam 16/GT-i 16. Afhankelijk van de aanwezigheid van een katalysator leverde deze motor 124 of 116 pk. De 1998 cc motor (type 3S-GE) leverde 140 of 150 pk. In 1987 kwam zelfs de vierwielaangedreven GT-Four (Turbo 4WD) uit met 3S-GTE motor, dus met Turbo. Goed voor 185 pk. Dit model had ook standaard ABS. In 1988 werd het model gefacelift, waarbij de voorzijde licht wijzigde (grill o.a.).

Celica T18 (1990-1994)
In september 1989 op de autosalon van Frankfurt werd het T18 model voorgesteld. Dit Liftbackmodel (elders in de wereld was er ook een Coupé) had een behoorlijk extreme vormgeving, waar men in het begin aan moest wennen. De basismotor van de 1.6 ST-i had 105 pk; de 4A-FE was in Nederland het meest verkochte model. Hoewel er natuurlijk heel weinig op deze motor valt aan te merken, beloofde de extreme vormgeving meer dan de 105 pk die de (Corolla/Carina II) motor leverde. De basisprijs bedroeg circa € 18.000 (40.000 gulden) een verschil van 6800 euro (15.000 gulden) met de Corolla HB E9 met dezelfde motor. Natuurlijk, bij de meeste Celicamodelen in het verleden speelde dit aspect ook al, maar hier is het prijsverschil wel erg treffend.

Uiteraard waren er ook snellere versies: de 1998 cc 3S-GE motor van 156 pk in de 2.0 GT-i 16. En natuurlijk de topversie, de Celica GT-Four (Turbo 4WD) met 204 pk met de 3S-GTE motor en vierwielaandrijving. Bijzonder was de keramische turbo en de luchtge-koelde intercooler. In de rally was dit model erg succesvol. Voor toelating hiervan werden 5000 unieke exemplaren onder de legendarische naam “Carlos Sainz” verkocht. Een begerenswaardig automobiel met een aantal unieke specificaties.

Ook van dit model was een cabriolet ontwikkeld, ook deze is in ons land verkocht, maar gezien de prijs zijn er maar weinig origineel Nederlandse exemplaren te vinden. De meeste gebruikte exemplaren komen uit Duitsland of uit de USA.

Celica T20 (1994-1999)
Amper vier jaar later kwam de volgende Celica al. De klapkoplampen werden afgeschaft en dubbele ovale koplampen kwamen hiervoor in de plaats. Als carrosseriemodel was er ook hier weer alleen een driedeurs Liftback uitvoering.

We komen voor het eerst de 7A-FE motor van 1762 cc tegen. Deze motor werd ook in de Carina E gevoerd en levert 116 pk. De 1998 cc 3S-GE motor van de GT kreeg een gewijzigde cilinderkop en leverde nu 175 pk. Het snelste model, de GT-Four, had natuurlijk de 3S-GTE motor. Dankzij de bemoeienis van het in Keulen gevestigde TTE (Toyota Team Europe), welke ook alle rallywagens ontwikkelde, werd een vergrote turbo gemonteerd en leverde het apparaat 242 pk.

Om het geweld in toom te houden werden op dit model de uit de Supra toegepaste geventileerde remschijven gemonteerd.

Celica ZZT23 (1999 tot 2004)
In 2000 werd de achtste generatie van de Celica geïntroduceerd, de ZZT23. Zag zijn voorganger er vrij braaf uit, dit model ziet er veel krachti-ger uit. De vormgeving sluit prima aan bij het ook in 1999 geïntroduceerde Yarismodel. Het is de tijd dat Toyota echt werk maakt van zijn styling en modellen neerzet die veel karakter tonen. Misschien een beetje vreemd in dit ver-band, want de Celica was vanouds zeker geen dertien-in-een-dozijn model.

Op het motorische vlak veranderde er ook veel. Ook de Celica kreeg de motoren met variabele kleptiming, de VVT-i motoren. In dit model Celica is alleen een 1794 cc groot exemplaar leverbaar. In de 1ZZ-FE uitvoering met 143 pk en in de 2ZZ-FE in de T-Sport uitvoering met liefst 192 pk en zes versnellingen. Wat een power en dat zonder turbo! In de laatstgenoemde motor wordt namelijk ook de tilhoogte van de kleppen variabel gemaakt, zodat nog hogere toerentallen gerealiseerd kunnen worden. Het is de motor die ook in de Corolla T-Sport leverbaar is.